|
Sloepenrace 2002 |
||
|
Als we afgaan op het aantal reactie uit het clubblad lijkt
de animo wat terug te lopen voor de jaarlijkse sloepenrace. Bijvoorbeeld
oude rotten in het vak als Peter Jorksveld missen we de laatste jaren. De
“Bethbeder’s” hadden zich voor zaterdag opgegeven maar Jan moest zich weer
afmelden want hij had die dag CWO 2 afzeilen. Maar na wat telefoontjes
kregen we de boot toch weer gemakkelijk twee dagen vol. Toen ik Hans Zijm
aan de telefoon kreeg om hem te vragen waarom hij zich niet aangemeld had
klonk het bijna triest: ik heb me vergist in mijn vakantie anders was ik
zeker mee gegaan. Zoals gebruikelijk werden op vrijdagmiddag, rond zes
uur, de sloepen uitgegeven. Twee voor de WVA; de “vrouwensloep” van Cor en
een voor ons. Natuurlijk lag onze sloep helemaal tegen de kant, met nog
vier er tegenaan, zodat het weer even een getover was om hem vrij te
krijgen. Dan begint het tuigen van de sloep en dat is nog een heel werkje.
Ondertussen was de, bijna voltallige, bemanning present. Toch hadden we
tot 9 uur werk om de masten recht, in lijn met elkaar, het want strak
genoeg, de schoten zoals het hoort en de zeilen erop te krijgen. Erik
moest nog even de mast in klauteren om het windvaantje te zetten. Florien
had koffie gezet en voordat we een proefrondje zouden maken konden we
eerst even een bakkie doen. De windmeter stond meer dan vijf beaufort aan
te geven dus vonden wij het echt sloepenweer. Met een rifje in het zeil
waren wij uiteindelijk de enige die ‘s avonds nog uitvoeren. Het was echt
kicken als je zag met welke snelheid we langs de boeien voeren, met een
grote “snor” achter ons aan. Zaterdagochtend besloten we om met een rif uit te varen want het waaide weer behoorlijk. Eenmaal op het water hebben we het rif uit het midzeil gehaald en in het grootzeil laten staan. |
De boot voer op die manier heel goed, bleef goed op het
roer liggen en zo wilden we de wedstrijd in.
En, na een goede start,
waren we in staat om drie keer als eerste bij de bovenboei te komen. Maar
jammer genoeg zakte de wind wat weg en liepen schepen over ons heen en
werden we vierde. Om half twaalf liepen we de haven in en de “lucht” van
Wiggert, ik bedoel de lucht van gebakken vis, kwam ons tegemoet; heerlijk.
Zoals gebruikelijk stond er een heerlijke lunch klaar met soep en broodjes
(bedankt Kees en Tiny). De middagwedstrijd pakte goed uit en wisten heel
degelijk een één te zeilen. Zo stonden we na de eerste dag, met 5,7
punten, op de eerste plaats. Ons geheime wapen, zoals vermeldt in het
clubblad (Cees van Silfhout), heeft gewerkt. Voor de zondag lag Rob Swarts
als ijzer in het vuur. Met de eerste wedstrijd pakte dat goed uit want
toen voeren we een tweede plaats. De laatste wedstrijd moest beslissend
worden of Theo Souren of wij zouden winnen. Met het aanzeilen van de
bovenboei nam ik te veel risico en kwam iets te laag uit. We kwamen met
een slechte manoeuvre tegen de boei en moesten een strafronde maken. Dit
werd ons fataal, we kwamen in het achterveld te liggen en konden ons met
moeite weer terug vechten naar uiteindelijk een zesde finishplaats. Met
een eerste, een tweede, een vierde en een zesde plaats wisten we
uiteindelijk de tweede plaats in het eindklassement te bereiken. Met deze
tweede plek en een vijfde voor de vrouwenboot heeft de WVA zich goed laten
gelden in het veld van 12 sloepen. |
|